
Laat ik vertellen. Ik wil
je eerst een vraag stellen. Kun je je nog herinneren, dat je een keer heel erg
blij met iets bent geweest? Dat je bijvoorbeeld een hondje of een poesje kreeg
voor je verjaardag, of iets anders, wat je al zo lang zo graag wilde hebben, en
waar je zo lang op hebt moeten wachten? Weet je nog, wat voor gevoel dat gaf?
Dat blije stralende gevoel, diep in je hartje, dat je eigenlijk niet kunt
uitleggen? Dat je wilt zeggen, hoe blij je bent, maar dat dat eigenlijk niet
gaat.
Nou, moet je weten, dat plekje, waar dat gevoel zit, in je hartje, dat is
eigenlijk een sterretje. Grote mensen noemen dat vaak Ziel.
En heel veel van die sterretjes, zijn in de hemel, bij God, en Jezus, maar
regelmatig is er een sterretje, dat aan Jezus vraagt, ik wil naar de aarde, naar
de mensen toe.
Laat ik je het verhaal
vertellen, van een zo'n sterretje.
Het schitterde en straalde, en voelde zich zo ontzettend blij, het was blij, dat
het een sterretje was, en dat het samen met de andere sterretjes bij Jezus was.
Maar als het naar de aarde keek, werd het vaak een beetje verdrietig, want het
zag, dat er heel veel mensen waren, die ook mooie sterretjes in hun hartje
meedroegen, maar die schitterden en straalden niet meer, omdat ze zo verdrietig
waren.
Het sterretje vond het zo erg, dat het op een dag naar Jezus ging, en Hem om
raad vroeg.
Dag, lief sterretje, zei Jezus, ik ben blij, dat je gekomen bent, ik verwachtte
je al.
Waarom? Vroeg het sterretje. Ik zal het uitleggen, zei Jezus.
Want God heeft aan mij gevraagd, om voor alle sterretjes te zorgen, en daarom
weet ik, van elk sterretje, hoe het ermee gaat. Maar Hij heeft mij gevraagd, te
wachten, totdat de sterretjes naar mij toekomen, om raad. Ik kon zien, dat je
een beetje verdrietig was, maar ik kon niet naar je toekomen, omdat God mij
gevraagd had, te wachten, totdat jij naar mij toe zou komen. Daarom ben ik zo
blij, dat je gekomen bent.
Want ik weet, van je probleem, en ik zat net op jou te wachten. Want ik heb ook
een probleem, en jij kunt mij misschien helpen.
Ook ik word vaak een beetje verdrietig, als ik naar de aarde kijk, en al die
mooie sterretjes in de harten van de mensen zie, die niet meer kunnen schitteren
en stralen, omdat de mensen zo verdrietig zijn. Ik wil ze zo graag helpen, maar
God heeft aan mij gevraagd, te wachten, totdat ze naar mij toekomen. Maar veel
mensen weten niet, hoe ze mij kunnen vinden.
Ik heb een plan bedacht.
Als er nou sterretjes zijn, die dat ook heel erg vinden, dan kunnen ze mij
misschien helpen. Dan gaan ze naar de aarde toe, en worden ze geboren, bij een
vader en een moeder, krijgen misschien ook nog broers en zusjes, en groeien ze
op, en worden ze ook een mens. En dan kunnen ze helpen, bij de mensen die
verdrietig zijn, hun sterretje te laten schitteren en stralen, en ze de weg
wijzen, hoe ze mij kunnen vinden, en dan kan ik ze helpen.
Ja, zei het sterretje, dat wil ik graag, dat wil ik graag! Het schitterde en
straalde, van vreugde en enthousiasme! Het werd nog veel mooier, dan het al was!
Een prachtig schitterend licht straalde het uit, in allerlei mooie kleuren! En
al dat licht, in al die kleuren, dat werd opgevangen, door de sterretjes, die in
de buurt waren, en die werden aangestoken, door de vreugde en enthousiasme van
het sterretje, en die gingen vervolgens ook feller en intenser stralen, in
allerlei mooie kleuren. De hemel was een grote lichtzee van schitterende
kleuren!
De andere sterretjes
straalden, wij zullen je helpen, wij zullen je helpen, als je naar de aarde
toegaat, om een mens te worden, om bij de mensen, die verdrietig zijn, te
helpen, hun sterretje te laten schitteren en stralen, en ze de weg te wijzen,
hoe ze Jezus kunnen vinden! Wij zullen je helpen!
Jezus moest glimlachen,
onder zoveel enthousiasme, blijdschap, en schoonheid.
Ik ben blij, dat jullie zo enthousiast zijn, zei Hij, maar weet je, het zal niet
gemakkelijk zijn. Voor jullie allemaal niet. Want het sterretje, dat ervoor
kiest, weer een mens te worden, die zal een moeilijk leven hebben, want het moet
weten, hoe het is, om zo verdrietig te zijn, want alleen dan zullen andere
mensen die verdrietig zijn, zoveel vertrouwen in je hebben, dat ze door jou
geholpen willen worden!
Als je ervoor kiest, weer een mens te worden, zul je op een gegeven moment
vergeten, dat je eens een mooi schitterend en stralend sterretje was, en je zult
zo verdrietig worden, dat het lichtje van jouw sterretje, (dat dan in jouw hart
is, omdat je dan een mens bent), bijna niet meer te zien is. Zo erg zal het
zijn.
Als mens, zul je dan bang zijn, en niemand meer vertrouwen, ook jezelf niet. En
daarom zal het voor de anderen hier, heel moeilijk zijn, om jou te helpen. De
andere sterretjes, die je willen helpen, en die hier bij mij blijven, die zullen
via je hart met je spreken, om je te helpen, maar je hart zal gesloten zijn,
omdat je bang bent, en als je het zal horen, als je hart op een gegeven moment
opengaat, dan zul je aan jezelf gaan twijfelen.
Je moet het dus heel erg
graag willen, want, als je het heel erg graag wil, dan zul je jezelf dat, als je
een mens bent, herinneren, want je gevoelens, die neem je allemaal mee, en het
gevoel, dat het sterkst is, zul je je dus als eerste herinneren, en dat gevoel,
zal jou dan uiteindelijk helpen, jezelf dan te herinneren, wie je eigenlijk
werkelijk bent, namelijk, een schitterend mooi sterretje!
Een schitterend mooi
sterretje, dat ervoor gekozen heeft, als mens onder de mensen te leven, allerlei
mogelijk menselijk verdriet te beleven, en, op het moment, dat het lichtje in
jouw sterretje dan bijna dreigt uit te gaan, door al dat verdriet, zullen de
andere sterretjes naar je toekomen, om je te helpen herinneren, wie je werkelijk
bent, en met welk doel je op de aarde gekomen bent.
Maar jullie allemaal, zullen allerlei moeilijkheden tegenkomen. Dus jullie
moeten het allemaal heel erg graag willen, anders gaat het niet.
![]()
Op advies van
Jezus, ging het sterretje, samen met de andere sterretjes, die
het wilden helpen, naar het bos van de engelen. Dat is een schitterende mooie
plek, waar de zon altijd schijnt, en waar je de regenboog kunt zien. Er zijn
engelen, die voor de zon zorgen, en er zijn engelen, die voor de bomen zorgen,
en anderen zorgen weer voor de bloemen, de dieren, of de mensen, de aarde, de
wind, het water.
De engelen van de bomen,
legden uit, dat de bomen er ook zijn voor de mensen, en, dat ze heel sterk zijn.
En dat je, als je veel van ze houdt, ze jou hun energie geven. Daarom voel je je
vaak zo goed, als je een boswandeling hebt gemaakt.
De engelen van de
bloemen, legden uit, dat de bloemen er ook zijn, voor de mensen, om van te
genieten, en van te houden, en dat ze kleur aan het leven geven, kijk eens, naar een roos,
of een orchidee, of een
lief klein vergeetmenietje. Kijk eens, hoe mooi ze zijn, daar kun je toch alleen
maar heel veel van houden? En, als je heel veel van iets houdt, dan gaat
je hartje open, en dan kan je sterretje gaan stralen, en dan geef je de andere
sterretjes de kans, om jou te helpen, want dan kun je het gefluister, van hun
stemmen, in je hart horen.
Zo had elke engel wat te
vertellen, de sterretjes leerden, hoe ze met de dieren konden praten, hoe ze het
gefluister van de wind konden horen, hoe ze de kracht van het zonlicht in zich
op konden nemen, zodat ze zich licht en blij zouden kunnen voelen,
en ook hoe ze de kracht van de aarde in zich op konden nemen,
zodat ze zich sterk, standvastig, en vol vertrouwen zouden kunnen voelen,
en zo leerden ze daar heel veel, wat hen later tot steun zou kunnen zijn.
Jezus had hen gevraagd,
naar het bos van de engelen te gaan, en daar te wachten. Hij had gezegd, ze
zouden vanzelf weten, wanneer het tijd was, om Zijn plan tot uitvoer te brengen.
Hij had gezegd, het
belangrijkste is, dat jullie het allemaal heel erg graag willen. En daar wacht
ik op. Elk gevoel heeft een kleur. En ik wacht, totdat jullie allemaal
een bepaalde kleur uitstralen, en die kleur moet heel krachtig en sterk
stralen, met het licht, van jullie sterretjes. Dan zal ik weten, en jullie ook,
dat de tijd gekomen is, om mijn plan tot uitvoer te brengen
Ze moesten heel erg lang
wachten. Jaren en jaren. Maar uiteindelijk was de tijd aangebroken, dat het ene
sterretje, afscheid nam, van de andere sterretjes, omdat het naar de aarde ging.
Het keek naar de andere
sterretjes, waar het zoveel van hield, waarmee het al zo lang samen was, en die
ze lange tijd niet zou zien.
Kijk naar de hemel, ‘s
nachts, zeiden de sterretjes, kijk naar de hemel, als je opgroeit als mens, en
je je verdrietig en eenzaam voelt.
Kijk naar de hemel, dan kun je ons zien, wij houden van je, we zullen altijd van
je blijven houden, en eens, zullen wij weer samen schitteren en stralen.
Kijk naar de hemel, ‘s
nachts, dan kun je ons zien, en weet dan, dat je een van ons bent, open dan je
hart, wees stil, en open je hart, dan kun je het gefluister van onze stemmen
horen, en kunnen wij je helpen.
![]()
Tot weerziens, zei het
sterretje. Tot weerziens, zeiden de andere sterretjes. De engelen brachten het
sterretje naar de aarde toe, waar het geboren werd, als een meisje. En het ging,
zoals door Jezus was gezegd. Ze kreeg een heel moeilijk leven, en ze vergat, wie
ze eigenlijk was, en waarom ze op de aarde was. Ze had zoveel verdriet, dat het
lichtje van het sterretje, dat nu in haar hart woonde, en dat eens zo mooi
schitterde en straalde, bijna uit ging. Zo erg was het.
Maar het sterretje
lichtte een beetje op, als ze door het bos liep. Of, als ze naar een bos bloemen
keek. of, als ze naar de dieren keek, en ze mocht aaien. Ze hield zielsveel van
de zon, de bomen, de bloemen, en de dieren. Ze groeide op, van klein meisje, tot
een groot meisje, en, hoe groter ze werd, hoe eenzamer, en verdrietiger ze zich
ging voelen.
Op een dag, toen ze groot
was, werd ze ‘s nachts wakker, en ze voelde een gevoel van heimwee, en een
intens verlangen naar liefde, en voelde zich bedroefd, eenzaam, en verdrietig.
Het was een warme
zomernacht, en ze stond op, en liep naar buiten, de tuin in.
Het licht van de maan,
verlichtte zachtjes de mooie tuin, liet het water van de vijver die er was,
geheimzinnig glinsteren, en verlichtte de bomen, de struiken, en de vele
bloemen, en haar hartje werd licht, en zacht, en moest glimlachen, want ze hield
zoveel van de natuur.
Ze keek op,
naar de maan, en de sterrenhemel, verwonderd keek ze naar de sterren. Er waren
er zoveel te zien, en ze leken nog mooier te schitteren als anders!
Ineens, werd haar
aandacht getrokken, naar een bepaalde ster, die feller en sterker schitterde,
als de anderen. Ze bleef ernaar kijken, en, ineens, leek er wat te veranderen.
De ster veranderde, werd
groter, en groter, en ineens, was er een gezicht in te zien. Een gezicht, van
een man, fijngebouwd, met sterke gelaatstrekken, met grote ogen, waar ze als
gebiologeerd naar bleef kijken, die zoveel liefde, zachtheid, en warmte
uitstraalden, en ze wist, hier heb ik steeds naar gezocht, maar ik kon het
steeds niet vinden.
Het gezicht sprak tot
haar, ik hou zoveel van je, ik ben je vriend, en je beschermer, en je bent een
van ons. Ik zal je helpen, te herinneren, wie je werkelijk bent, en met welk
doel je op de aarde bent gekomen. Je leven is moeilijk geweest, maar het zal
helemaal anders worden, en ik zal je helpen, samen, met vele anderen.
Je bent niet alleen, je
bent nooit alleen geweest, wij waren steeds bij jou, maar je kon ons niet horen.
Je bent nooit alleen geweest, en je zult nooit meer alleen zijn. Kijk naar de
sterren, en weet, dat wij steeds bij jou zijn.
Het gezicht vervaagde, en veranderde weer in een flonkerende ster.
Later bemerkte ze, dat ze
de stem kon horen, diep in haar hart, van die vreemde beschermer, die
tegelijkertijd zo vertrouwd leek. Alsof ze elkaar al jaren en jaren kenden.
Als ze in
vervoering naar een bloem keek, kon ze hem horen, als ze stil buiten, in de zon
lag te soezen, kon ze ook de stem horen. Ze begon veel van die stem te houden,
van die vreemde beschermer, en, hoe meer ze ervan ging houden, hoe beter ze hem
kon horen!
Langzaam veranderde haar
leven. Ze voelde zich niet meer zo eenzaam. Er kwamen steeds vaker blije
momenten in haar leven. Op die momenten, voelde ze, diep in haar hart, iets
schitteren en stralen, en, het ging steeds feller schitteren en stralen!
Zo werd het dappere
sterretje geholpen, dat gekozen had, om Jezus te helpen, om de andere sterretjes
te laten schitteren en stralen, die zich in de harten van de mensen bevonden, en
die niet meer konden schitteren, omdat de mensen zo verdrietig waren.
Zo werd het
sterretje geholpen, zich te herinneren, waarom ze op aarde gekomen was. Om de
sterretjes van de andere mensen te laten schitteren en stralen, om ze daarbij te
helpen, en ze ook de weg te wijzen, naar Jezus, zodat Hij ze kon helpen.
Er zijn velen, van die
dappere sterretjes, die gekozen hebben om Jezus te helpen, en die daarom naar de
aarde gegaan zijn, om als mens onder de mensen te leven, omdat ze zo graag
wilden helpen.
Ben jij vaak verdrietig, en eenzaam? Zoek jij iets, wat je niet kunt vinden? En
weet je niet wat je zoekt? Hou je veel van de bomen, de bloemen, en de dieren?
Ben je ook zo blij, als je iemand kunt troosten, die verdrietig is, en hem kunt
laten lachen?
Wie weet, ben jij
misschien ook wel een, van die dappere sterretjes...
het sterretje © Anneke van Nuus