Liefde.

Als rollende golven vanuit een oceaan,
die zich ontspruit vanuit het diepst van mijn hart,
fluisterd zij, roept zij, schreeuwt zij,
alle oneffenheden met haar kleed gladstrijkend,
zachtjes strelend, toedekkend.

In niets gehinderd, noch door gesloten deuren,
noch door hoge muren, raast zij voort,
alle hindernissen op haar weg omverwerpend.
Vanuit de oneindigheid, stroomt zij.

Kan men de oceaan in een klein doosje stoppen?
Kan men het ruisen der golven het zwijgen opleggen?
Kan men de oceaan verbieden, haar zilte
zeelucht tentoon te spreiden?

Als zij eenmaal gaat stromen,
kan niets haar nog tegenhouden.
Hoor haar fluistering, die weerklinkt als een schreeuw,
in de woest kolkende golven,
zilverwit schuim opspattend:

“Oh mijn God, oh mijn God,
vrij, vrij, eindelijk vrij, 
eindelijk vrij!
Eindelijk vrij!!!” 

©Anneke van Nuus

 



midi: Pachalbel canon