Vergankelijkheid
De tweede belangrijke leer van het boeddhisme is die van de
vergankelijkheid of tijdelijkheid (anityata). Alle dingen in
deze wereld bestaan slechts uit een moment en veranderen
voortdurend, zonder dat er een onvergankelijke basis hieraan
ten grondslag ligt. Verandering is geen transformatie van een
onvergankelijke substantie, maar het volledig verdwijnen en
opnieuw ontstaan van een dharma. Er is slechts een proces van
verdwijnen en ontstaan, dat zich zo naadloos voltrekt dat het
op ons de indruk maakt alsof de dingen continu bestaan. Dit
veranderingsproces heeft geen externe oorzaak, maar komt voort
uit de dharma's zelf. Vergankelijkheid is dus een essentieel
onderdeel van dharma's. Alle nieuwe dingen dragen vanaf het
moment van het ontstaan de oorzaak van hun vernietiging in
zich en verdwijnen dus weer onmiddellijk.
Karma
De ene mens is ziek en zwak, de andere sterk en gezond. De een
groeit op in welvaart, de ander in volstrekte armoede en
ellende. Er zijn fundamentele verschillen tussen mensen maar
waar komen ze vandaan? Het boeddhisme zoekt de oorzaak van
deze verschillen daarentegen vooral in onszelf: karma.
Eigenlijk kan het begrip karma in één zin worden samengevat:
ons heden wordt bepaald door ons verleden. De grote
verscheidenheid in mensen is niet alleen maar toe te schrijven
aan erfelijkheid, omgeving, 'karakter' of opvoeding, maar
vooral aan ons eigen karma. Wij zijn zelf verantwoordelijk
voor onze eigen daden, ons geluk en onze ellende. Wij zijn de
bouwmeesters van ons lot. Karma betekent letterlijk:
handeling. Het omvat zowel het goede als het slechte. Naar
welke van de twee de balans doorslaat, hangt van onszelf af.
We oogsten wat we zaaien.
Karma is geen goddelijke beschikking
maar een gevolg van voorgaande handelingen van onszelf. Ieder
schept zijn eigen omstandigheden. Karma is daarom geen wet van
straffen en belonen maar alleen van acties en reacties. We
kunnen dan ook nooit een ander de schuld geven van onze
slechte omstandigheden; een ander draagt er hooguit toe bij.
De obsessie met schuld, boete, zonde en moraal kent het
boeddhisme niet. De mens is niet zo zeer moreel, maar
spiritueel verdorven. De boeddhist bekent zijn overtredingen,
maar niet zijn zonde. Mensen zijn niet moreel maar geestelijk
slecht. Ze zijn niet schuldig maar blind en onwetend; ze
brengen zichzelf leed toe door eigen toedoen.
Ligt onze
toekomst door onze karma nu helemaal vast? Gelukkig niet. De
misdadiger van vandaag kan de heilige van morgen zijn. Onze
karma bepaalt een deel van onze toekomst, maar zeker niet
helemaal. Als dat zo was, dan zouden mensen altijd slecht
blijven als ze een slecht karma hadden. Ze zouden altijd
gevangen blijven in samsara, de eeuwige cyclus van
wedergeboorten. Er bestaat een uitweg uit een slecht karma,
maar voor verlossing zijn we weer van onszelf afhankelijk. Een
boeddhist bidt niet tot een ander om verlost te worden maar
verlaat zich vol vertrouwen op zichzelf. Persoonlijke
verantwoordelijkheid is de basis van het boeddhisme.
Samsara
Alle dingen in het leven hebben hun eigen cyclus.
De ziel van de mens -en daarmee het bewustzijn- nestelt zich na de dood
weer in een ander lichaam (reïncarnatie). Het bewustzijn kent geen oorsprong of
einde, maar verloopt van het ene bestaan naar het andere,
van de ene lichamelijke ondersteuning naar de andere.
Dit proces van wedergeboortes en opeenvolging van bestaansvormen noemt men Samsara.
Acceptatie van de gedachte dat onze ziel "gevangen"
wordt gehouden
in een kringloop van wedergeboorten
is essentieel voor het doorgronden van de boeddhistische filosofie.
De uitgang uit het samsara heet: nirvana.
Nirvana
Nirvana is het hoogste goed in het boeddhisme. Het is de
bevrijding uit samsara, de eeuwige cyclus van
wedergeboorten, en de ervaring van een radicale verandering in
het bestaan. Nirvana is een staat waarin de vlam van de
levensdorst geheel gedoofd is. Door het ego los te laten,
wordt de werkelijkheid in haar onverhulde volheid gezien. Het
is een verzoening met het bestaan zoals het in werkelijkheid
is, voorbij onze eigen beperkte en vooringenomen beleving
ervan.
Het begrip nirvana leidt gemakkelijk tot misverstanden.
Zo wordt het vaak gelijkgesteld aan het westerse begrip
'hemel'. Nirvana is echter geen onveranderlijk metafysisch
principe maar in de eerste plaats een persoonlijke toestand,
een staat van geest. Die toestand dient in dit leven te worden
gerealiseerd en is niet een staat die men wel of niet
verkrijgt na de dood. Nirvana en de wereld om ons heen zijn
niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende
toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de werkelijkheid
ontdaan van al onze denkbeelden, met inbegrip van deze.
Ook
wordt in het westen nogal eens aangenomen dat nirvana een
soort 'niets' is, het uitdoven van de eigen existentie. Dit
misverstand komt waarschijnlijk door een ongelukkige vertaling
van het 'loslaten van het ego'. Volgens het boeddhisme moet de
mens zijn wereldlijke 'ik' overwinnen om daarmee ruimte te
maken voor een diepere, meer authentieke manier van bestaan.
Dit is iets anders dan zelfontkenning of vernietiging van de
persoonlijkheid.
meer info over boeddhisme op pagina
3